Mijn eerste ervaringen als nieuwe medeweker/tapper bij het Kelderke.
We gaan terug naar ergens in de eerste helft van 1970. Samen met
Het duurt niet lang of ik word ingewijd in de ongeschreven wetten van de medewerkers. Als een medewerker pils bestelt, betaalt hij voor 5-6 glazen 1 bon, voor een vol blad 2 bonnen. Daar staat tegenover dat als je zelf geen bardienst hebt, je dezelfde faciliteiten ten deel vallen. Dus de 8 bonnen die je met tappen verdient, staan in wezen voor 40 glazen bier!!
Ik kon dat aanvankelijk niet geloven, maar ik kreeg hetzelfde verhaal binnen een kwartier een keer of 3 bevestigd, steeds door bier bestellende medewerkers.
Loyaal als ik ben sluit ik me geruisloos aan bij de bestaande praktijk: laat collega-medewerkers vooral niet te veel betalen.
Op een gegeven moment bestelt een iets oudere student, zittend op een barkruk een pilsje. Terwijl ik deze tap, zegt John Feij tegen me: “Die ken ik van gezicht, volgens mij is dat ook een medewerker”. Zijn toegestoken consumptiebon weiger ik grootmoedig: “je hoeft niet betalen, die is van de zaak”.
“Als je godverdomme die bon niet onmiddellijk aanneemt, is dit de laatste keer dat je achter de tap staat, kloothommel”, roept hij met stemverheffing. “En geef nooit meer gratis pils weg!”
Ik druip af en vraag aan
“Nee”, stamel ik. “Dat is Wil Heuts, de man van de avond !! Als die in de buurt is, moet je niks gratis weggeven, ook niet aan medewerkers”.
”Het had dus weinig gescheeld of mijn carrière als medewerker was van heel korte duur geweest. Dan had ik Mieke nooit kunnen introduceren en dan……………………………….
Zo zie je maar dat het medewerkerschap je leven zo maar een wending kan geven en dat zelfs Wil Heuts dat niet kan tegenhouden.
Rob Tonglet