Pa Kretzers
Naar aanleiding van de oproep van Ger Schulpen schrijf ik deze anekdote. Als eenvoudig kassameisje durf ik met mijn anekdotes
bijna niet in de voetsporen te treden van de coryfeeën van de Kelder. Maar ik hoop dat als er één schaap over de dam is…..
Ik moet allereerst iets opbiechten. Ik werd als 15-jarige verliefd op een iets oudere jongen (een medewerker van het Kelderke) en ik moest en zou hem vaker zien. Dus werd, met hulp van mij vader, mijn geboortedatum met typ-ex in het trouwboekje van mijn ouders aangepast. Daarmee werd ik dus lid van de Kelder. Ik weet nog steeds niet of mijn vader mij heeft geholpen om mij een plezier te doen of zichzelf. Want hij heeft er ook echt heel veel plezier gehad. Hij heeft het er nu nog vaak over!
Om 8 uur werden mijn vriendinnen en ik gebracht, dan stonden we te wachten tot de deur open ging. Als ik dan bij de controle kwam werd er steevast geïnformeerd hoe laat ik zou worden opgehaald. De controleurs zorgden er dan voor dat er op dat tijdstip een blad bier klaarstond voor Pa Kretzers. Ik kon dan lekker nog een uurtje langer beneden blijven. Heren, hiervoor nog mijn hartelijke dank!
(Noot van vriendin Monique Buursen: mijn vader was nogal een man van de klok. Omdat Pa Kretzers door de controle getrakteerd werd op een pilsje konden wij dus langer blijven en waren we nooit om 12.00 uur thuis. Patty rende vanaf 12.00 uur elke 10 minuten naar boven en kwam terug met het geruststellende bericht: “Hij heeft nog een pilsje”. En wij bleven nog gezellig beneden. Dus elke zaterdagavond hadden we bij ons thuis hetzelfde ceremonieel: mijn vader zei dan dat hij ons wel kwam halen omdat we anders niet op tijd thuis waren. Iedere keer moesten Patty en ik dan een smoes verzinnen waarom dat Pa Kretzers ons wel kon komen halen maar dus absoluut niet kon brengen. Tot wanhoop van mijn vader en tot grote opluchting van ons waren de rollen dus altijd als volgt: wij werden op tijd gebracht en met enige vertraging thuisgebracht.)
Er kwamen in de Kelder vaak hele vreemde gasten over de vloer. Ik kreeg ooit van een bevriende varkensboer een biggetje. Er waren er teveel geboren en het beestje zou het nooit overleven. Ze werd Mieke gedoopt en moest om de paar uur gevoerd worden. Omdat ik toch echt wel uit wilde gaan, ging Mieke mee. Pierre plaatste de doos lekker onder de verwarmingslamp van de garderobe. Om haar aanwezigheid te rechtvaardigen hadden we bedacht om er een prijsvraag aan te koppelen. Voor een bon mocht je raden wat er in de doos zat. Niemand heeft het geraden, maar wij hebben heel lang lekker kunnen drinken! Ant, de uitsmijter, had een wei met pony’s en ander klein vee en wilde Mieke graag een goed tehuis geven. Hij hield me op de hoogte van haar vorderingen. Maar ineens was Mieke er niet meer. Ik vraag me nog steeds af ze een natuurlijke dood is gestorven. Als Ant ook naar de reünie komt zal ik toch maar eens vragen of ze lekker gesmaakt heeft.
Mijn leuke herinneringen aan de Kelder zijn er teveel om hier te beschrijven: De hechte kassagroep met aan het hoofd de door ons allen aanbeden Han Brinkman (ja Han, dat wist je zeker niet?), de Vastelaovesoptochten, de medewerkersvergaderingen op zondagochtend, maar vooral heel veel plezier.
Patty Sieben