't Kelderke Sittard


  

"Jonges pas op, de quetsch rit uch op de kneie":

 

Na het grote succes van het eerste medewerkerskamp in CLervaux ging een jaar later een kleiner gezelschap van medewerkers en vrienden van ’t Kelderke naar Luxemburg. Het exacte jaar weet ik niet meer maar ik vermoed dat het in 1972 was. Vertrekpunt vormde ’t Sieske, het legendarische stamcafe van Sittardia en de buurt Rijksweg Zuid waar ook veel medewerkers van ’t Kelderke bij elkaar kwamen in tijden waar ’t Kelderke gesloten was. Er heerste een heerlijk ontspannen sfeer, het was hartje zomer en de weersvoorspellingen waren voor de komende dagen goed, Het ene na het andere pilsje ging naar binnen bij de personen die geen auto hoefden te rijden. Veel gelach en natuurlijk veel stoere praat over de komende jaren. Op een gegeven moment hoorde een van de al oudere stamgasten van ’t Sieske dat de meute van jongeren naar Luxemburg ging. Hij nam het woord en sprak de gedenkwaardige woorden uit: “Jonges , pas op , de quetsch rit uch op de kneie “. Uit navraag bleek dat het ging om een pruimenjenever uit Luxemburg. 

Nadat wij in Clervaux of Diekirch waren aangekomen en in de bossen de tenten hadden opgeslagen, gingen wij het avond- en nachtleven van het stadje  direkt verkennen. Uiteraard werd direct gevraagd om een ronde quetsch. Ik herinner mij nog heel goed dat ik meer dan een glas bier nodig had om de uitslaande brand in mijn maag te blussen toen ik het glas quetsch op had gedronken. Het merendeel besloot om de quetsch voor gezien te houden doch twee personen hadden de smaak te pakken. De een dronk circa 4 glaasjes quetsch en veranderde in een persoon die geheel niet meer wist wie hij was, waar hij was en wat hij deed. Voor wij het goed en wel in de gaten hadden, was hij ervandoor en besloten wij hem te gaan zoeken. Uiteindelijk vonden wij hebben bijna naakt midden op een kruising om middernacht. Hij zat er te urineren, poepen en kotsen tegelijkertijd. Een ijslollystokje fungeerde om zijn achterwerk schoon te maken. Wij hebben hem met vereende krachten vastgehouden en in een van de auto’s kunnen slepen voordat er gedonder kwam met de Polizei. De daarop volgende drie dagen hebben wij hem niet meer gezien: hij was zo beneveld dat hij geen daglicht meer kon zien.

De anderen gingen ondertussen op zoek naar de tweede persoon die doorgegeaan was met het drinken van quetsch. Hij kon opgespoord worden aan de hand van de zang die hij tentoonspreidde en zijn schelden nadat hij enkel emmers water over zijn hoofd had gekregen van inwoners van Clervaux of Diekirch die in hun slaap gestoord waren.

 

Karel Jacobi

Make a free website with Yola