Enkele herinneringen aan de Studentenclub Sanctus Petrus en ‘t Kelderke
De Studentenclub Sanctus Petrus had vanouds als belangrijkste taak de opvang van de leerlingen van het Bisschoppelijk College in Sittard tijdens de schoolvakanties (tegenwoordig zouden we in plaats van “studenten” spreken van “scholieren”; ter onderscheiding van de “echte” universitaire studenten werden deze laatsten vroeger soms “hoog-studenten” genoemd). Die opvang gebeurde lange tijd op verschillende plekken in de stad, afhankelijk van waar een geschikt zaaltje beschikbaar was. In de vakanties verscheen het clubblad “De Pudding”, met daarin het activiteitenprogramma. Binnen werd gepingpongd en getafelvoetbald, en natuurlijk waren er de gebruikelijke bord- en kaartspellen. Buiten werd gevoetbald op het (nu bebouwde) “Collegeterrein” aan de Jubileumstraat of in Limbricht. Daarnaast waren er ook culturele en sociale activiteiten, zoals het opvoeren van toneel in de aula van het College en het verzorgen van een bonte avond met sketches en liedjes voor de weeskinderen in het klooster onder aan de Kolleberg boven aan de Putstraat. Op het programma stonden ook leerzame uitstapjes naar fabrieken en bedrijven, bijvoorbeeld naar het slachthuis aan de Slachthuisstraat (nu de Engelenkampstraat). Vooral de excursies voor de senioren naar bierbrouwerijen vielen altijd goed in de smaak. In die tijd, toen het Roomse leven nog rijk was, liep Sanctus Petrus uiteraard ook mee in de St. Rosaprocessie.
Hét grote jaarlijkse evenement was altijd het zomerkamp ergens in Limburg of over de grens, met allerlei sportieve en spannende activiteiten, zoals speurtochten en avondspelen in donkere bossen. Dit kamperen was nog het ouderwetse echte werk. Er werd gekookt op zwartblakerend houtvuur. De aluminium pannen moesten eerst met groene zeep worden ingesmeerd, anders waren ze na het eten niet meer met zand blank te schuren; dit laatste was altijd een punt van extra aandacht bij de dagelijkse inspecties door de staf. Luchtbedden waren er nog niet of nauwelijks en de katoenen tenten met losse grondzeilen wilden tijdens een hoosbui wel eens doorlekken van boven en/of van onderen. De hudo was een in het bos gegraven sleuf met een ruwe zitplank erboven, afgeschermd met jute zakken. Het was dus best wel afzien, maar dit kon de vele pret niet drukken en het bevorderde zeer de teamgeest. Het viel ook allemaal onder de doelstelling van de studentenverenigingen, die naast “een gepaste ontspanning” tevens bijdroegen aan “vorming en scholing voor het leven”, zoals de vicaris-generaal van het bisdom, monseigneur Van Odijk, zei bij de viering van het 40-jarig bestaansfeest van Sanctus Petrus op 5 januari 1964. Jawel!
Lange tijd was Sanctus Petrus, zoals de naam al aangeeft, een mannelijke aangelegenheid. In 1963 was de tijd rijp voor een vrouwelijke tak: Sancta Petra. In datzelfde jaar kreeg de vereniging voor het eerst een eigen clublokaal, een bovenzaal in de Gats 1A, waar nu de muziekzaal van de Philharmonie is. Ook daar was gelegenheid om allerlei spellen te spelen, of om gewoon wat te ouwehoeren. Van een oud dressoir hadden we een mooie bar gemaakt met een strodak. Dat we die vaste localiteit hadden gekregen was mede te danken aan wijlen moderator (geestelijk adviseur) Nico Bitsch, die zich in die periode zeer heeft ingespannen voor de studentenclub.
De huisvesting in de Gats was echter maar van korte duur. Het was er wel gezellig, maar nogal primitief (geen stromend water en geen koeling voor de bar, slechte verwarming). Daarom werd verder gezocht, met al snel een goed resultaat: bij genoemd 40-jarig jubileum van de club was burgemeester Dassen “verheugd dat hij bestuur en leden kon meedelen dat men spoedig de beschikking zal krijgen over lokaliteiten in de voormalige tekenschool aan Rijksweg-Zuid, waardoor het huisvestingsprobleem voor de vereniging voor de toekomst wordt opgelost”. Het is dus niet zo, zoals wel eens is gedacht, dat in het gebouw van de “Teekenschool” in 1964 de studentenclub is begonnen. Wel is in dat jaar de club in dat gebouw ingetrokken, eerst in de klaslokalen en een zijzaaltje op de begane grond, maar al gauw hadden we ook een klein keldertje onder het zijzaaltje ontdekt en in gebruik genomen. Vandaaruit is het oog op de grote kelder gevallen, tot ongenoegen van de toenmalige beheerder van het gebouw, want hij had de kelder zelf in gebruik als opslagplaats voor vooral oude kranten en lege conservenblikken.
We zagen al meteen de grote potentie van de kelder met zijn fraaie bogen als sfeervolle clubruimte. Het heeft letterlijk nogal wat voeten in aarde gehad voordat de kelder daarvoor geschikt was. Hij moest om voldoende stahoogte te krijgen eerst worden uitgediept, een centimeter of twintig dacht ik, maar het kan (later?) ook nog meer zijn geweest. Het uitgraven hebben we met een groepje enthousiaste clubleden handmatig met de schop gedaan, wat gelukkig ook mogelijk was omdat de vloer van leem en niet van beton was. Het leek bij de aanvang van de klus weinig, maar uiteindelijk zijn vele kubieke meters zand in ontelbare kruiwagens door het kelderluik aan de straatkant naar boven geduwd. Na dit zware voorwerk in eigen beheer is de kelder afgewerkt en ingericht met hulp van onder andere Brand”s bierbrouwerij. Onder de naam ‘t Kelderke, die (wat later) vast is bedacht met een knipoog naar het nu helaas ook niet meer bestaande café ‘t Zölderke in de Limbrichterstraat 58, heeft de kelder helemaal aan de verwachtingen beantwoord. Voor de studentenclub kwam ‘t Kelderke medio jaren zestig, toen het jeugdvertier geleidelijk aan minder was gericht op pingpongen en toepen en zo, mooi op tijd.
‘t Kelderke heeft ook dienst gedaan als jazzkelder, want Sanctus Petrus heeft al kort na de opening ervan ook onderdak geboden aan de in september 1965 opgerichte “Jazz Sociëteit Sittard”, die er geregeld concerten organiseerde (zelf heb ik er ook meermalen opgetreden met het huisorkest, de Funky Butt Jazz Band). De Jazz Sociëteit was één van de subclubs van de Stichting Sociëteit “Instuif Sittard” die diverse activiteiten voor de jeugd van Sittard en omstreken organiseerde, zoals drukbezochte dansavonden in de foyer van de Schouwburg, altijd met live muziek waaronder toporkesten: “Stijlvol amusement, ook uitkomend in kleding etc. … voor de rijpere jongeren”, zegt een programmaoverzicht van toen hierover. Voor de danslustige 15tot18-jarigen was er Sociëteit “St. Tropez”, waar “Ieder komt zoals hij of zij wil, binnen de perken van het fatsoen uiteraard”. “De Instuif” had ook een hippe danskelder, “Don Quichotte”, aan de Wal 1 (dit was onder het sociëteitsgebouw op de hoek van de Rosmolenstraat waar nu de Rabobank is). Ja, Sittard swingde toen alom!
In september 1966 ben ik om verder te leren uit Sittard vertrokken, maar daarna nog vaak in ‘t Kelderke geweest. Aan de studentenclub en ‘t Kelderke bewaar ik veel goede herinneringen, trouwens ook aan ‘t Zölderke en de Instuif.
Fons de Rouw
(lid Sanctus Petrus 1959-1966, voorzitter 1963-1966) augustus 2008
Het foto album bevat de volgende stukken en foto's